De Tweede Kamer

tweede kamer 1Bij landelijke verkiezingen mogen alle meerderjarigen stemmen; dat zijn de Nederlanders van 18 jaar en ouder. Zij kiezen dan de mensen die in de Tweede Kamer komen. Deze mensen worden ook wel politici genoemd.

De Tweede Kamer bestaat uit 150 leden. Politici die in de Tweede Kamer zitten, worden volksvertegenwoordigers genoemd. Ze vertegenwoordigen namelijk het volk in de Kamer. Ze besturen het land in opdracht van het volk. De Tweede Kamer wordt daarom ook wel de Volksvertegenwoordiging genoemd. Wil je meer weten over de verkiezingen? Kijk dan onder het kopje ‘Verkiezingen’.

De Tweede Kamer controleert of de ministers in de regering hun werk goed doen. Kamerleden mogen daarom altijd vragen stellen aan de ministers en de ministers moeten daar eerlijk antwoord op geven. Verder kan de Kamer nieuwe wetten maken, maar ze mogen ze alleen nog niet meteen invoeren. Het zijn dus wetsvoorstellen. Zowel ministers als Kamerleden kunnen een voorstel doen voor een nieuwe wet. Zo’n voorstel kan pas een wet worden als een meerderheid in de Tweede Kamer het er mee eens is. De Tweede kamer heeft dus altijd het laatste woord.

Rechten.
Om haar taak goed te kunnen uitvoeren, heeft de Tweede Kamer een aantal rechten. Bijvoorbeeld:

Budgetrecht
Dat betekent dat de de Tweede kamer hiermee samen met de regering kan bepalen hoe hoog de uitgaven in een jaar zullen zijn. Denk maar aan de Derde dinsdag van september; Prinsjesdag. De koningin leest dan de Troonrede met daarbij de begroting voor het komende jaar voor. In deze begroting staan alle inkomsten en uitgaven van het komende jaar. Bijvoorbeeld hoeveel geld er is voor het onderwijs. In een begroting staat niets vast; het is een soort van voorspelling.
Enquête recht
Als er iets gebeurd is en de mensen in de Tweede Kamer willen er meer over weten, dan kan dat door hen zelf uitgezocht geworden. Ze houden dan een enquête. Dat is een soort van vragenonderzoek.
Motie recht
De Tweede Kamer mag moties indienen. Een motie is een uitnodiging aan de leden van de kamer om over een vraag een oordeel uit te spreken. Ze kunnen dit bijvoorbeeld doen als ze het niet eens zijn met een plan van een minister. Of als ze vinden dat de regering iets moet doen. De regering hoeft zich daar eigenlijk niets van aan te trekken maar doet dat vaak wel.
Vragenrecht
Ieder Tweede-kamerlid mag aan een minister of staatssecretaris vragen stellen. Dat doen ze ongeveer 750(!) keer per jaar schriftelijk. Maar ze kunnen ook mondeling vragen stellen. Dat doen ze bijvoorbeeld in het vragenuurtje op dinsdag. De voorzitter van de Tweede Kamer moet de vragen wel eerst goedkeuren. De minister moet antwoord geven op de vragen. Ook mogen ze de minister ‘op het matje roepen’ als ze ergens boos over zijn en ze mogen ook veranderingen voorstellen op de plannen van de minister.

Fractie

Alle leden van de Tweede Kamer zijn lid van een politieke partij. Alle kamerleden van één politieke partij bij elkaar vormen een fractie.
Je hebt dus bijvoorbeeld een PvdA-fractie en een CDA-fractie. Elke fractie heeft een voorzitter, dat is de fractievoorzitter.
Elke partij zou eigenlijk het liefst een fractie in de Kamer hebben van 75 zetels. Dat is namelijk meer dan de helft van de Tweede Kamer. Bij het stemmen zou die partij dan altijd zijn zin krijgen.
Maar de grootste partij heeft meestal 50 zetels. Beslissingen van de Kamer hangen daarom altijd af van twee of meer partijen.