Het los hoes

De los hoes is een Saksische boerderij die in Twente en de Achterhoek voorkomt. Het heeft een steil pannendak en een gedeeltelijk houten gevel. De woning en de schuur waren ťťn grote ruimte (los = open).

 hallehuis 1

Hoe zag een “los hoes” eruit?


Aan de achterkant was een grote ruimte. Links en rechts stond het vee op stal. In de zijmuren zaten kleine raampjes. In het midden van de ruimte was geen zolder. Deze opening heet: het slop. Hierdoor konden ze het graan op de zolder leggen. Aan de voorkant van het gebouw was het woongedeelte. De vloer was van kleine steentjes. In die vloer was een gat, waarin gestookt werd.koken3 Boven dit vuur hing aan een haal een kookpot of een waterketel.
Het haal zat vast aan een draaiboom (wendezoel) die aan de voorgevel vast zat. ‘s Avonds werd het vuur afgedekt met een korf. De rook ging via de spleten van de zolder en het slop naar buiten.
Later maakte ze een rookvang. Op het dak kwam toen een schoorsteen. Tussen de schoorsteen en de rookvang hing spek om het te laten roken. De wanden van het woongedeelte waren afgetimmerd met planken. Bij de voordeur was een open washoek. De waterput stond bij de voordeur.
Naweefkamerast de washoek waren de bedstede en de weefkamer.Hier stonden dunne lemen wandjes tussen. Aan de andere kant waren ook bedsteden en de hokken voor de varkens en de paardenstallen. De paardenstallen waren helemaal achterin bij de grote deuren, omdat ze veel gebruikt werden. Het meeste licht kwam door de grote ramen aan de voorkant van de boerderij. Boven de voordeur waren ook kleine ruitjes.




In de 18e eeuw werd er een woning voor opa en oma aan de boerderij gebouwd. Dit was de bovenkamer. Het werd zo genoemd, omdat het aan de voorzijde van het huis was (boavenend). De achterkant heet nienend. De namen zijn zo ontstaan, omdat er een hoogteverschil is tussen het woongedeelte en de achterzijde.

Later werd het los hoes verbeterd om in te wonen. De open vertrekken werden afgesloten. Vanaf toen werden ze kamer genoemd. Zo had je de waskamer en de melkkamer. De rijke boeren gingen de wanden betegelen en de ramen werden groter. Na 1870 kwam er een muur tussen het woongedeelte en de rest van de boerderij. Dit was het einde van het ‘los hoes’.

Wist je dat

  • Er op elke boerderij een oost-indische tortelduif in een kooitje aan de muur hing. Hij beschermde tegen hooikoorts en exceem. Hij maakte ook altijd geluid als hij iets hoorde. Het was dus net een alarm.
  • VÚÚr het huis stonden grote lindebomen, om ervoor te zorgen dat het donker bleef in de woning. Hierdoor kwamen er minder vliegen binnen.